Aller au contenu principal

Guide de la notation NumberChords

Ce guide n’est pour l’instant disponible qu’en néerlandais.

Spelen op orgel, piano of klavecimbel zonder dat je noten hoeft te kunnen lezen. Deze handleiding gaat ervan uit dat dit je allereerste kennismaking met muziek is. Je hoeft niets voor te weten.

Télécharger la bande de chiffres (PDF, 1 page A4)

1. Hoe werkt het, in één minuut

  • Op je toetsen leg je een cijferstrook : een strook papier met op elke toets een cijfer of letter.
  • In het muziekstuk staan dezelfde cijfers en letters . Zie je een 5 , dan druk je de toets met een 5 erop in.
  • Je leest van links naar rechts , net als een boek. Wat recht onder elkaar staat, speel je tegelijk .
  • De bovenste rij is voor je rechterhand , de rij daaronder voor je linkerhand , en bij orgel met pedaal is de onderste rij voor je voeten .
  • De kleine tekentjes boven de cijfers vertellen hoe lang je een toets vasthoudt.

Meer is het in de kern niet. De rest van deze handleiding legt elk teken stap voor stap uit, met voorbeelden die er precies zo uitzien als in je bladmuziek.

2. Wat heb je nodig?

  • Een toetsinstrument: orgel, piano, keyboard of klavecimbel.
  • De cijferstrook . Die kun je downloaden en printen, of zelf maken met de tekening hieronder.
  • Je bladmuziek in cijferakkoorden (de PDF die je hebt besteld). Bij elk stuk zit een voorblad met de tekens die in dát stuk voorkomen.

3. De cijferstrook neerleggen

Stap 1: zoek de centrale C

Kijk naar de zwarte toetsen. Die staan afwisselend in groepjes van twee en van drie . De witte toets direct links van een groepje van twee zwarte toetsen heet een C . Er zijn meerdere C's; de centrale C is de C die het dichtst bij het midden van je klavier ligt (op een piano meestal recht voor het merklogo of slot).

Twijfel je welke C het midden is? Tel van links af: op een piano met 88 toetsen is de centrale C de vierde C. Op een orgelmanuaal van 61 toetsen is het de derde C. Je kunt ook op internet zoeken naar "centrale C piano" : er zijn veel plaatjes die het laten zien.

Stap 2: leg de strook zo dat de 1 op de centrale C staat

Leg de strook achter de toetsen (tegen de klep) of plak hem met een strookje plakband boven de toetsen. Zorg dat de 1 precies op de centrale C staat. Alle andere cijfers en letters vallen dan vanzelf op de goede plek.

Het middelste deel van de cijferstrook, met de cijfers 1 tot en met 12
Het middelste deel van de strook. De centrale C is de 1; naar rechts tel je op: 2, 3, 4 … tot 12.

4. De witte toetsen: tellen vanaf de 1

Vanaf de centrale C tel je naar rechts gewoon op: 1 2 3 4 5 6 7 , en dan verder 8 9 10 11 12 . De 8 is weer een C, net als de 1, alleen hoger. Elke zeven witte toetsen begint het patroon opnieuw: dat noem je een octaaf .

Naar links , onder de centrale C, gebruik je geen cijfers maar letters :

  • Direct links van de 1 liggen de kleine letters c d e f g a b (de b ligt direct naast de 1).
  • Nog een octaaf lager liggen de hoofdletters C D E F G A B . Die zie je vooral bij de linkerhand en het pedaal.
De hele cijferstrook, van de lage C tot de 12
De hele strook, van de lage C (hoofdletter) tot de 12. Links laag, rechts hoog.
Op de strookWaar op het klavierWordt meestal gespeeld door
8 tot 12boven de centrale C, hoogrechterhand
1 tot 7vanaf de centrale Crechterhand (soms linkerhand)
c d e f g a bdirect onder de centrale Clinkerhand
C D E F G A Bnog een octaaf lagerlinkerhand of voeten (pedaal)

Voorbeeld: hieronder speelt de rechterhand de witte toetsen omhoog van 1 tot 8, de linkerhand speelt c, g, f en c.

Voorbeeld: witte toetsen in cijferakkoorden

5. De zwarte toetsen: het sterretje

Een sterretje * achter een cijfer of letter betekent: de zwarte toets direct rechts van die witte toets. Op de strook staat het sterretje op de zwarte toets zelf.

  • 1* = de zwarte toets tussen 1 en 2.
  • 4* = de zwarte toets tussen 4 en 5.
  • c* = de zwarte toets tussen c en d.

Na 3 en na 7 ligt geen zwarte toets, dus 3* en 7* bestaan niet. In deze methode heeft elke toets maar één naam: dezelfde toets ziet er in elk stuk hetzelfde uit.

Voorbeeld: zwarte toetsen, geschreven met een sterretje

6. Een regel lezen: rijen, maten en tegelijk spelen

  • Rijen. Bovenaan elk stuk staat welke rij bij welke hand of voet hoort, bijvoorbeeld rechterhand · linkerhand · pedaal . Bij orgel met twee klavieren heten de rijen manuaal I · manuaal II .
  • Maten. De muziek is verdeeld in kleine vakken tussen verticale strepen: de maten . Het kleine getal linksboven is het maatnummer . Zo kun je met een leraar of medespeler afspreken "we beginnen bij maat 9".
  • Tegelijk. Alles wat recht boven elkaar staat, speel je op hetzelfde moment.
  • Akkoorden. Meerdere tonen met een streepje ertussen, zoals 1-3-5 , speel je met één hand tegelijk in.
  • Einde. Een dikke dubbele streep betekent: het stuk is afgelopen.
Voorbeeld: akkoorden voor de rechter- en de linkerhand
Rechterhand speelt het akkoord 1-3-5, de linkerhand c-g. Daarna 2-4-6 met d-a.

7. Hoe lang houd je een toets vast? (ritme)

Muziek loopt op een gelijkmatige tel , zoals het tikken van een klok. Boven elk vakje staat een klein teken dat zegt hoe lang dat vakje duurt:

TekenDuurTellen
▪ (klein blokje)een kwart1 tel
▬ (liggend balkje)een halve2 tellen
▮ (staand blok)een hele4 tellen
, (komma) met balkje erboveneen achtste of kortereen halve tel of minder; twee achtsten samen onder één balkje = 1 tel
een punt achter het tekende helft langerbijvoorbeeld ▬. = 3 tellen
  • De breedte helpt mee. Een vakje dat langer duurt, is ook breder. Je ziet het ritme dus ook aan de ruimte.
  • Het maatkader bovenaan, bijvoorbeeld 4× ▪ , zegt: in elke maat zitten 4 tellen van een kwart. Je telt dan steeds "1 2 3 4".
  • Het tempo staat erbij, bijvoorbeeld ♩ = 72 : 72 tellen per minuut. Een gratis metronoom-app tikt dat voor je.
Tel in het begin hardop mee en speel langzaam. Snelheid komt vanzelf; gelijkmatig tellen is belangrijker.

8. Vasthouden, loslaten en rust

Wat je zietWat je doet
… (drie puntjes)Blijf alles vasthouden wat deze hand of voet al speelt. Niet opnieuw aanslaan.
(3) tussen haakjesToets 3 houd je nog vast van eerder (niet opnieuw aanslaan), terwijl je de andere tonen in dit vakje nieuw speelt.
vet cijfer met kleine pijltjes erachterDe vette toets blijft liggen zolang de pijltjes doorlopen.
een leeg vakjeRust: deze hand of voet speelt even niets. Laat de toetsen los.
Voorbeeld: hoe lang je een toets vasthoudt, en een rust
Maat 1: de rechterhand speelt de 1 en houdt hem vier tellen vast (…), terwijl de linkerhand beweegt. Maat 2, laatste tel: de rechterhand rust (leeg vakje).
Voorbeeld: vasthouden en loslaten

9. Pijltjes en kaders: de strook in gedachten verschuiven

De strook loopt tot de 12. Soms gaat de muziek hoger (of lager) dan de strook. Dan zou je grote, onoverzichtelijke getallen krijgen. Daarom gebruikt de methode een handigheidje:

Je schuift de strook in gedachten een octaaf op. Een octaaf is zeven witte toetsen. Je leest dus gewoon de vertrouwde cijfers, maar je speelt ze een stuk verderop.

  • ↑ (pijl omhoog) = schuif de strook in gedachten een octaaf naar rechts . Een 5 met ↑ speel je dus zeven witte toetsen rechts van de gewone 5 (daar waar de 12 ligt).
  • ↓ (pijl omlaag, en het cijfer staat schuin/cursief) = schuif de strook in gedachten een octaaf naar links .
  • Een dun kader rond een stukje muziek laat zien hoe lang de verschuiving geldt. Buiten het kader speel je weer op de gewone plek.
  • (↑) tussen haakjes aan het begin van een nieuwe regel is alleen een herinnering : de verschuiving van de vorige regel loopt nog door.
  • Twee pijlen of een dubbele kaderlijn = twee octaven verschuiven.
Voorbeeld: een kader dat de strook een octaaf verschuift
Binnen het kader speel je alles een octaaf hoger dan de strook aangeeft.
Oefentip: zoek eerst rustig waar de "verschoven 1" ligt (de C zeven witte toetsen rechts van de centrale C, dus waar de 8 staat). Vanaf daar tel je zoals je gewend bent.

10. Orgel met pedaal: spelen met je voeten

De onderste rij is het pedaal : de grote houten toetsen onder het orgel, die je met je voeten speelt. Het pedaal gebruikt dezelfde letters als de strook (meestal hoofdletters). Leg desnoods ook een strookje bij het pedaal.

  • Een kapje boven de letter = speel met je rechtervoet .
  • Een kapje onder de letter = speel met je linkervoet .
  • Een spitse vorm = met de punt van je voet (teen); een ronde boog = met je hak.
Voorbeeld: een pedaalpartij voor de voeten
De voetaanwijzingen gaan uit van spelen op sokken of dunne orgelschoenen. Staan er geen kapjes, dan kies je zelf de voet die het makkelijkst ligt.

11. Versieringen: zo speel je ze

Boven een cijfer staat soms een klein krulletje of de letters tr . Dat is een versiering : in plaats van één toon speel je er een paar snel achter elkaar, en dan houd je de toon verder vast. Ze komen veel voor in oude orgelmuziek. Twee woorden heb je ervoor nodig:

  • de toon erboven = de volgende toon van de toonladder naar rechts; meestal de witte toets ernaast, soms een zwarte (op het voorblad van je stuk zie je welke toetsen bij de toonladder horen);
  • de toon eronder = de volgende toon van de toonladder naar links.
Voorbeeld: mordent, pralltriller, dubbelslag en triller
Van links naar rechts: mordent, pralltriller, dubbelslag en triller, telkens op de 5.
Teken boven het cijferNaamZo speel je het (voorbeeld op de 5)
kartelteken met een streepje erdoormordentsnel 5 4 5 en dan de 5 vasthouden. Hoofdtoon, toon eronder, hoofdtoon.
kartelteken zonder streepjepralltriller (ook: omgekeerde mordent)snel 5 6 5 en dan de 5 vasthouden. Hoofdtoon, toon erboven, hoofdtoon.
langer kartelteken (met of zonder streepje)lange mordent / lange pralltrillerhetzelfde, maar twee keer heen en weer: 5 4 5 4 5 of 5 6 5 6 5 .
liggende S (∾)dubbelslagvier snelle toontjes om de hoofdtoon heen: 6 5 4 5 , dan de 5 vasthouden.
liggende S met streepje, of gespiegeldomgekeerde dubbelslagandersom: 4 5 6 5 .
tr (soms met een golflijn erachter)trillersnel wisselen tussen de toon erboven en de hoofdtoon, zolang de toon duurt: 6 5 6 5 6 5 … , eindigen op de 5. In oude muziek (Bach en eerder) begin je met de toon erboven; in latere muziek mag je met de hoofdtoon beginnen.
klein kruisje of molletje boven de versieringverhoogde of verlaagde hulptoonde toon erboven of eronder is hier een zwarte toets (of juist niet). Voorbeeld: tr met kruisje op de 5 = wisselen tussen 5 en 5* .
schuine streepjes door de stoktremolode toon (of de twee tonen) heel snel herhalen of afwisselen.
Versieringen zijn sierwerk. Lukt een versiering nog niet, speel dan gewoon de hoofdtoon: de muziek blijft kloppen. Oefen hem later los, eerst langzaam, en maak hem pas daarna snel en licht.

Voorslag en naslag

Een klein cijfertje vlak vóór een gewoon cijfer is een voorslag : een extra toontje dat je net vóór de hoofdtoon speelt. Met een schuin streepje erdoor: zo kort mogelijk, bijna tegelijk met de hoofdtoon. Zonder streepje (in oude muziek): de voorslag mag wat langer klinken en neemt een deel van de tijd van de hoofdtoon. Een klein cijfertje ná de hoofdtoon is een naslag : kort, aan het eind van de toon.

Gebroken akkoord (arpeggio) en fermate

Voorbeeld: een fermate en een gebroken akkoord
  • 1~3~5 (golfjes tussen de tonen): speel het akkoord niet tegelijk, maar snel na elkaar van laag naar hoog (1, dan 3, dan 5) en houd ze allemaal vast.
  • Fermate (boogje met een punt erin, boven de tel): houd deze toon langer aan dan geteld, ongeveer twee keer zo lang. Daarna tel je rustig weer verder. In psalmen en koralen staat de fermate vaak aan het eind van een regel: even ademhalen.

12. Overige tekens

TekenBetekenis
boog over meerdere vakjesspeel die tonen vloeiend aan elkaar (zonder gaatje)
punt boven/onder een cijferkort spelen (staccato)
streepje boven/onder een cijferde volle lengte vasthouden, iets nadrukkelijk (tenuto)
> boven een cijfermet nadruk spelen (accent)
3 = 2 boven een groepjespeel drie tonen in de tijd van twee (een "triool"); andere getallen werken hetzelfde
p, mp, mf, f (met vertaling)zacht, half zacht, half luid, luid
"1e keer" / "2e keer", "herhaling"herhalingen zijn al uitgeschreven: je speelt gewoon door van links naar rechts; de labels laten zien waar een herhaling begint
toonsoortregel, bijv. toonsoort = F majeur (f g a a* c d e)de toonladder van het stuk, in strooktekens: zo zie je welke zwarte toetsen vaak voorkomen
registratietekst (orgel)welke registers (klankknoppen) je kunt gebruiken; je mag ook zelf kiezen
Voorbeeld: de toonsoortaanduiding

13. Piano: het rechterpedaal

Op de piano staat soms Ped. : druk het rechterpedaal in. Een lijn erachter = blijf het pedaal ingedrukt houden; * (los onder de rij, niet achter een cijfer) = laat het pedaal los. (Ped.) = het pedaal blijft nog ingedrukt van eerder. Sost. = het middelste pedaal (sostenuto), als je piano dat heeft.

14. Zo leer je een nieuw stuk

  1. Lees het voorblad van het stuk: daar staan de toonsoort en alleen de tekens die in dit stuk voorkomen.
  2. Speel eerst de rechterhand alleen , heel langzaam, maat voor maat.
  3. Dan de linkerhand alleen .
  4. Dan samen , nog steeds langzaam. Let op wat recht onder elkaar staat.
  5. Bij orgel met pedaal: oefen de voeten eerst los, dan voeten met linkerhand, dan alles samen.
  6. Pas als het goed loopt: tempo omhoog, eventueel met een metronoom.

15. Veelgestelde vragen

Waarom staan er nooit getallen boven de 12?

Omdat de strook tot 12 loopt en grote getallen lastig lezen. Hogere tonen worden met een pijl ↑ en een kader geschreven (zie hoofdstuk 9).

Waarom heet een zwarte toets altijd "toets eronder + *"?

Zodat elke toets maar één naam heeft. In notenschrift kan dezelfde zwarte toets twee namen hebben (zoals fis en ges); hier niet. Dat maakt lezen eenvoudiger.

Mijn orgel of keyboard is kleiner. Kan ik toch spelen?

Ja, zolang de toetsen uit het stuk op je instrument zitten. Kijk op het voorblad welk bereik het stuk gebruikt.

Klinkt het precies zoals het stuk bedoeld is?

Ja. Cijferakkoorden schrijft precies dezelfde tonen als het oorspronkelijke notenschrift, alleen op een andere manier opgeschreven. De handverdeling is zo gekozen dat het goed speelbaar is.

Ik kan al een beetje noten lezen. Heb ik hier iets aan?

Zeker: veel spelers gebruiken cijferakkoorden om sneller nieuw repertoire te leren. In de webshop vind je bij veel stukken ook een versie in notenschrift.

16. Woordenlijst: muziektermen

Muziektermen zijn meestal Italiaans. In je bladmuziek staat de Nederlandse betekenis er vaak al tussen haakjes achter; hier vind je ze allemaal bij elkaar.

Hoe hard (dynamiek)

De letters komen van piano (zacht) en forte (luid). Op een orgel maak je het harder of zachter door registers bij te zetten of af te halen, of met de zwelkast; op een piano door harder of zachter aan te slaan.

TermBetekenis
ppppzo zacht mogelijk
pppextreem zacht
ppheel zacht
pzacht
mpmatig zacht
mfmatig luid
fsterk, luid
ffheel luid
fffextreem luid
ffffzo luid mogelijk
fphard inzetten, dan meteen zacht
sfplots sterk accent
sfzscherp plots accent
fzsterk accent
sfpsterk accent, dan meteen zacht
rfversterkt accent
rfzextra scherp versterkt accent
sffzzeer sterk scherp accent
pfzacht, dan ineens luid
nniente, tot of vanuit niets

cresc. , crescendo of een liggende hoek die openloopt (<): geleidelijk harder. dim. , decresc. , diminuendo of een hoek die dichtloopt (>): geleidelijk zachter.

Hoe snel (tempo), van langzaam naar snel

TermBetekenis
gravezeer langzaam en plechtig
lentolangzaam
largolangzaam en breed
larghettovrij langzaam
adagiolangzaam, rustig
adagiettoiets sneller dan Adagio
andantematig langzaam
andantinokleine afwijking van Andante, vaak iets sneller
moderatogematigd tempo
allegrettoredelijk snel
allegrosnel en levendig
vivacezeer levendig, snel
vivolevendig, energiek
prestozeer snel
prestissimozo snel mogelijk
maestosomajestueus, breed

Het tempo verandert

TermBetekenis
ritgeleidelijk langzamer
cal.wegstervend, vaak langzamer en zachter
rallgeleidelijk langzamer, ontspannen
rit.geleidelijk langzamer
accelgeleidelijk sneller
rall.geleidelijk langzamer, ontspannen
accel.geleidelijk sneller
ritardLangzamer worden
riten.ineens inhouden, langzamer
rubatovrij met de tijd, expressief trekken en duwen
smorz.uitdovend, tempo ontspant
a tempoterug naar het vorige tempo
allarg.langzamer en breder
calandowegstervend, vaak langzamer en zachter
ritard.geleidelijk langzamer
strettostrakker, vaak sneller
string.doorduwen, sneller
tempo 1terug naar het begintempo
tempo iterug naar het begintempo
in tempoblijf strak in tempo
rallent.geleidelijk langzamer, ontspannen
ritenutoineens inhouden, langzamer
a piacerevrij, naar eigen inzicht
più mossomeer bewegend, sneller
poco rit.een beetje langzamer
smorzandouitdovend, tempo ontspant
ad libitumvrij, zoals je wilt
allargandolangzamer en breder
meno mossominder bewegend, langzamer
molto rit.veel langzamer
ritardandogeleidelijk langzamer
sempre ritsteeds langzamer worden
stringendodoorduwen, sneller
accelerandogeleidelijk sneller
rallentandogeleidelijk langzamer, ontspannen
sempre rit.steeds langzamer wordend
tempo primoterug naar het begintempo
senza misurazonder strakke maat
tempo giustoin strak, juist tempo
tempo rubatovrij met de tijd, expressief trekken en duwen
l'istesso tempohoud hetzelfde tempo
lo stesso tempohoud hetzelfde tempo
doppio movimentodubbel tempo
doppio più mossotwee keer zo snel, meer beweging
poco a poco rall.beetje bij beetje langzamer
sempre ritardandosteeds langzamer wordend
poco a poco accel.beetje bij beetje sneller
sempre poco a poco stringendosteeds beetje bij beetje sneller wordend

Kleine woordjes die vaak gecombineerd worden

Bijvoorbeeld poco rit. = een beetje langzamer, sempre legato = steeds gebonden.

TermBetekenis
moltozeer, veel
assaizeer, tamelijk
pocoeen beetje
un pocoeen beetje
poco a pocobeetje bij beetje
piùmeer
menominder
non tropponiet te veel
ma non troppomaar niet te veel
benbehoorlijk, echt
abbastanzanogal, voldoende
quasibijna
sempreblijf dit doen
subitometeen
gradualmentegeleidelijk
ancoraopnieuw, nog
di nuovoopnieuw
conmet
senzazonder

Hoe speel je het (karakter en voordracht)

TermBetekenis
a temp.Weer normaal tempo
adagio non troppolangzaam maar niet te veel
adagio sostenutolangzaam, gedragen
agitatoonrustig, gejaagd
allegro con briosnel, levendig, energiek
allegro ma non tropposnel maar niet te veel
allegro moderatogematigd snel en levendig
andante con motomatig langzaam, met beweging
animatogeanimeerd, meer vaart
cantabilezingend, zangerig
con animamet bezieling, levendig
con briomet schwung, met geestdrift
con forzamet kracht, krachtig
con fuocomet vuur, hartstochtelijk
con motomet beweging, iets doorlopend
dolcezacht, lieflijk
energicoenergiek, krachtig
espressivoexpressief
giocosospeels
graziosogracieus
legatogebonden, vloeiend
leggerolicht
leggierolicht, behendig
marcatogeaccentueerd, benadrukt
pesantezwaar, gewichtig
portatoiets losgemaakt, gedragen
prestissimo possibilezo snel mogelijk
risolutovastberaden, beslist
scherzandospeels
senza motozonder beweging, heel rustig
sostenutogedragen, aangehouden
staccatolosgemaakt, kort
subito adagiometeen langzaam
tenutoaangehouden, volgehouden
tranquillorustig
vivace assaizeer levendig

Orgel

TermBetekenis
manuaaleen klavier van het orgel dat je met je handen speelt; grote orgels hebben er twee of meer
pedaalhet klavier onder het orgel dat je met je voeten speelt
manualiteralleen met de handen te spelen, zonder pedaal
pedalitermet handen én pedaal
a 2 Clav. (a due claviere)op twee manualen: elke hand speelt op een eigen klavier, vaak met een andere klank
c.f. / cantus firmusde bekende melodie (bijvoorbeeld de psalmmelodie); "c.f. in soprano / tenore / basso / pedale" zegt in welke stem of welk klavier die melodie zit, zodat je hem met een duidelijke klank kunt laten horen
con pedale doppiomet dubbel pedaal: je speelt met beide voeten tegelijk twee tonen
Organo Pleno / plenovol orgel: veel registers tegelijk, een krachtige klank
registratiede keuze van de registers (klankknoppen); de aanwijzing in het stuk is een suggestie, je mag hem aanpassen aan je eigen orgel
8' (acht voet)register dat klinkt op de hoogte die je speelt; de normale basis
4'klinkt een octaaf hoger; maakt de klank helderder
2'klinkt twee octaven hoger; heel helder
16'klinkt een octaaf lager; vooral in het pedaal, geeft diepte
Prestant / Principaalhet typische, heldere orgelgeluid
Bourdon / Gedektzachte, ronde fluitklank
Mixtuurregister dat glans en kracht geeft; hoort bij het volle orgel
Cornetkrachtige, kleurrijke solostem, vaak voor de melodie
Tremulantlaat de klank golven (trillen)
Hoofdwerk, Positief, Rugwerk, Zwelwerknamen van de verschillende manualen (klankgroepen) van een orgel
koppelverbindt twee klavieren, zodat de registers van het ene ook op het andere klinken
koraalde melodie (bijvoorbeeld een psalm of gezang) eenvoudig gezet, om mee te zingen
voorspel / praeludiumstuk dat voorafgaat aan het zingen
partita / variatie / vers (versus)een reeks bewerkingen van dezelfde melodie
fugastuk waarin een melodie (het thema) steeds in een andere stem terugkomt
toccatavlot, virtuoos stuk dat de mogelijkheden van het orgel laat horen
triodrie zelfstandige stemmen: rechterhand, linkerhand en pedaal, vaak op verschillende klavieren
canondezelfde melodie komt in een andere stem een stukje later terug

Piano

TermBetekenis
Ped.druk het rechterpedaal in
Ped. ───┘de lijn onder de rij laat zien hoe lang je het rechterpedaal ingedrukt houdt; bij het haakje laat je los
Sost.middelste pedaal (sostenuto)
una cordalinkerpedaal: zachtere, gedempte klank
tre cordelinkerpedaal weer loslaten