Poradnik zapisu NumberChords
Ten poradnik jest obecnie dostępny tylko po niderlandzku.
Spelen op orgel, piano of klavecimbel zonder dat je noten hoeft te kunnen lezen. Deze handleiding gaat ervan uit dat dit je allereerste kennismaking met muziek is. Je hoeft niets voor te weten.
Pobierz pasek z liczbami (PDF, 1 strona A4)1. Hoe werkt het, in één minuut
- Op je toetsen leg je een cijferstrook : een strook papier met op elke toets een cijfer of letter.
- In het muziekstuk staan dezelfde cijfers en letters . Zie je een 5 , dan druk je de toets met een 5 erop in.
- Je leest van links naar rechts , net als een boek. Wat recht onder elkaar staat, speel je tegelijk .
- De bovenste rij is voor je rechterhand , de rij daaronder voor je linkerhand , en bij orgel met pedaal is de onderste rij voor je voeten .
- De kleine tekentjes boven de cijfers vertellen hoe lang je een toets vasthoudt.
Meer is het in de kern niet. De rest van deze handleiding legt elk teken stap voor stap uit, met voorbeelden die er precies zo uitzien als in je bladmuziek.
2. Wat heb je nodig?
- Een toetsinstrument: orgel, piano, keyboard of klavecimbel.
- De cijferstrook . Die kun je downloaden en printen, of zelf maken met de tekening hieronder.
- Je bladmuziek in cijferakkoorden (de PDF die je hebt besteld). Bij elk stuk zit een voorblad met de tekens die in dát stuk voorkomen.
3. De cijferstrook neerleggen
Stap 1: zoek de centrale C
Kijk naar de zwarte toetsen. Die staan afwisselend in groepjes van twee en van drie . De witte toets direct links van een groepje van twee zwarte toetsen heet een C . Er zijn meerdere C's; de centrale C is de C die het dichtst bij het midden van je klavier ligt (op een piano meestal recht voor het merklogo of slot).
Stap 2: leg de strook zo dat de 1 op de centrale C staat
Leg de strook achter de toetsen (tegen de klep) of plak hem met een strookje plakband boven de toetsen. Zorg dat de 1 precies op de centrale C staat. Alle andere cijfers en letters vallen dan vanzelf op de goede plek.

4. De witte toetsen: tellen vanaf de 1
Vanaf de centrale C tel je naar rechts gewoon op: 1 2 3 4 5 6 7 , en dan verder 8 9 10 11 12 . De 8 is weer een C, net als de 1, alleen hoger. Elke zeven witte toetsen begint het patroon opnieuw: dat noem je een octaaf .
Naar links , onder de centrale C, gebruik je geen cijfers maar letters :
- Direct links van de 1 liggen de kleine letters c d e f g a b (de b ligt direct naast de 1).
- Nog een octaaf lager liggen de hoofdletters C D E F G A B . Die zie je vooral bij de linkerhand en het pedaal.

| Op de strook | Waar op het klavier | Wordt meestal gespeeld door |
|---|---|---|
| 8 tot 12 | boven de centrale C, hoog | rechterhand |
| 1 tot 7 | vanaf de centrale C | rechterhand (soms linkerhand) |
| c d e f g a b | direct onder de centrale C | linkerhand |
| C D E F G A B | nog een octaaf lager | linkerhand of voeten (pedaal) |
Voorbeeld: hieronder speelt de rechterhand de witte toetsen omhoog van 1 tot 8, de linkerhand speelt c, g, f en c.

5. De zwarte toetsen: het sterretje
Een sterretje * achter een cijfer of letter betekent: de zwarte toets direct rechts van die witte toets. Op de strook staat het sterretje op de zwarte toets zelf.
- 1* = de zwarte toets tussen 1 en 2.
- 4* = de zwarte toets tussen 4 en 5.
- c* = de zwarte toets tussen c en d.
Na 3 en na 7 ligt geen zwarte toets, dus 3* en 7* bestaan niet. In deze methode heeft elke toets maar één naam: dezelfde toets ziet er in elk stuk hetzelfde uit.

6. Een regel lezen: rijen, maten en tegelijk spelen
- Rijen. Bovenaan elk stuk staat welke rij bij welke hand of voet hoort, bijvoorbeeld rechterhand · linkerhand · pedaal . Bij orgel met twee klavieren heten de rijen manuaal I · manuaal II .
- Maten. De muziek is verdeeld in kleine vakken tussen verticale strepen: de maten . Het kleine getal linksboven is het maatnummer . Zo kun je met een leraar of medespeler afspreken "we beginnen bij maat 9".
- Tegelijk. Alles wat recht boven elkaar staat, speel je op hetzelfde moment.
- Akkoorden. Meerdere tonen met een streepje ertussen, zoals 1-3-5 , speel je met één hand tegelijk in.
- Einde. Een dikke dubbele streep betekent: het stuk is afgelopen.

7. Hoe lang houd je een toets vast? (ritme)
Muziek loopt op een gelijkmatige tel , zoals het tikken van een klok. Boven elk vakje staat een klein teken dat zegt hoe lang dat vakje duurt:
| Teken | Duur | Tellen |
|---|---|---|
| ▪ (klein blokje) | een kwart | 1 tel |
| ▬ (liggend balkje) | een halve | 2 tellen |
| ▮ (staand blok) | een hele | 4 tellen |
| , (komma) met balkje erboven | een achtste of korter | een halve tel of minder; twee achtsten samen onder één balkje = 1 tel |
| een punt achter het teken | de helft langer | bijvoorbeeld ▬. = 3 tellen |
- De breedte helpt mee. Een vakje dat langer duurt, is ook breder. Je ziet het ritme dus ook aan de ruimte.
- Het maatkader bovenaan, bijvoorbeeld 4× ▪ , zegt: in elke maat zitten 4 tellen van een kwart. Je telt dan steeds "1 2 3 4".
- Het tempo staat erbij, bijvoorbeeld ♩ = 72 : 72 tellen per minuut. Een gratis metronoom-app tikt dat voor je.
8. Vasthouden, loslaten en rust
| Wat je ziet | Wat je doet |
|---|---|
| … (drie puntjes) | Blijf alles vasthouden wat deze hand of voet al speelt. Niet opnieuw aanslaan. |
| (3) tussen haakjes | Toets 3 houd je nog vast van eerder (niet opnieuw aanslaan), terwijl je de andere tonen in dit vakje nieuw speelt. |
| vet cijfer met kleine pijltjes erachter | De vette toets blijft liggen zolang de pijltjes doorlopen. |
| een leeg vakje | Rust: deze hand of voet speelt even niets. Laat de toetsen los. |


9. Pijltjes en kaders: de strook in gedachten verschuiven
De strook loopt tot de 12. Soms gaat de muziek hoger (of lager) dan de strook. Dan zou je grote, onoverzichtelijke getallen krijgen. Daarom gebruikt de methode een handigheidje:
Je schuift de strook in gedachten een octaaf op. Een octaaf is zeven witte toetsen. Je leest dus gewoon de vertrouwde cijfers, maar je speelt ze een stuk verderop.
- ↑ (pijl omhoog) = schuif de strook in gedachten een octaaf naar rechts . Een 5 met ↑ speel je dus zeven witte toetsen rechts van de gewone 5 (daar waar de 12 ligt).
- ↓ (pijl omlaag, en het cijfer staat schuin/cursief) = schuif de strook in gedachten een octaaf naar links .
- Een dun kader rond een stukje muziek laat zien hoe lang de verschuiving geldt. Buiten het kader speel je weer op de gewone plek.
- (↑) tussen haakjes aan het begin van een nieuwe regel is alleen een herinnering : de verschuiving van de vorige regel loopt nog door.
- Twee pijlen of een dubbele kaderlijn = twee octaven verschuiven.

10. Orgel met pedaal: spelen met je voeten
De onderste rij is het pedaal : de grote houten toetsen onder het orgel, die je met je voeten speelt. Het pedaal gebruikt dezelfde letters als de strook (meestal hoofdletters). Leg desnoods ook een strookje bij het pedaal.
- Een kapje boven de letter = speel met je rechtervoet .
- Een kapje onder de letter = speel met je linkervoet .
- Een spitse vorm = met de punt van je voet (teen); een ronde boog = met je hak.

11. Versieringen: zo speel je ze
Boven een cijfer staat soms een klein krulletje of de letters tr . Dat is een versiering : in plaats van één toon speel je er een paar snel achter elkaar, en dan houd je de toon verder vast. Ze komen veel voor in oude orgelmuziek. Twee woorden heb je ervoor nodig:
- de toon erboven = de volgende toon van de toonladder naar rechts; meestal de witte toets ernaast, soms een zwarte (op het voorblad van je stuk zie je welke toetsen bij de toonladder horen);
- de toon eronder = de volgende toon van de toonladder naar links.

| Teken boven het cijfer | Naam | Zo speel je het (voorbeeld op de 5) |
|---|---|---|
| kartelteken met een streepje erdoor | mordent | snel 5 4 5 en dan de 5 vasthouden. Hoofdtoon, toon eronder, hoofdtoon. |
| kartelteken zonder streepje | pralltriller (ook: omgekeerde mordent) | snel 5 6 5 en dan de 5 vasthouden. Hoofdtoon, toon erboven, hoofdtoon. |
| langer kartelteken (met of zonder streepje) | lange mordent / lange pralltriller | hetzelfde, maar twee keer heen en weer: 5 4 5 4 5 of 5 6 5 6 5 . |
| liggende S (∾) | dubbelslag | vier snelle toontjes om de hoofdtoon heen: 6 5 4 5 , dan de 5 vasthouden. |
| liggende S met streepje, of gespiegeld | omgekeerde dubbelslag | andersom: 4 5 6 5 . |
| tr (soms met een golflijn erachter) | triller | snel wisselen tussen de toon erboven en de hoofdtoon, zolang de toon duurt: 6 5 6 5 6 5 … , eindigen op de 5. In oude muziek (Bach en eerder) begin je met de toon erboven; in latere muziek mag je met de hoofdtoon beginnen. |
| klein kruisje of molletje boven de versiering | verhoogde of verlaagde hulptoon | de toon erboven of eronder is hier een zwarte toets (of juist niet). Voorbeeld: tr met kruisje op de 5 = wisselen tussen 5 en 5* . |
| schuine streepjes door de stok | tremolo | de toon (of de twee tonen) heel snel herhalen of afwisselen. |
Voorslag en naslag
Een klein cijfertje vlak vóór een gewoon cijfer is een voorslag : een extra toontje dat je net vóór de hoofdtoon speelt. Met een schuin streepje erdoor: zo kort mogelijk, bijna tegelijk met de hoofdtoon. Zonder streepje (in oude muziek): de voorslag mag wat langer klinken en neemt een deel van de tijd van de hoofdtoon. Een klein cijfertje ná de hoofdtoon is een naslag : kort, aan het eind van de toon.
Gebroken akkoord (arpeggio) en fermate

- 1~3~5 (golfjes tussen de tonen): speel het akkoord niet tegelijk, maar snel na elkaar van laag naar hoog (1, dan 3, dan 5) en houd ze allemaal vast.
- Fermate (boogje met een punt erin, boven de tel): houd deze toon langer aan dan geteld, ongeveer twee keer zo lang. Daarna tel je rustig weer verder. In psalmen en koralen staat de fermate vaak aan het eind van een regel: even ademhalen.
12. Overige tekens
| Teken | Betekenis |
|---|---|
| boog over meerdere vakjes | speel die tonen vloeiend aan elkaar (zonder gaatje) |
| punt boven/onder een cijfer | kort spelen (staccato) |
| streepje boven/onder een cijfer | de volle lengte vasthouden, iets nadrukkelijk (tenuto) |
| > boven een cijfer | met nadruk spelen (accent) |
| 3 = 2 boven een groepje | speel drie tonen in de tijd van twee (een "triool"); andere getallen werken hetzelfde |
| p, mp, mf, f (met vertaling) | zacht, half zacht, half luid, luid |
| "1e keer" / "2e keer", "herhaling" | herhalingen zijn al uitgeschreven: je speelt gewoon door van links naar rechts; de labels laten zien waar een herhaling begint |
| toonsoortregel, bijv. toonsoort = F majeur (f g a a* c d e) | de toonladder van het stuk, in strooktekens: zo zie je welke zwarte toetsen vaak voorkomen |
| registratietekst (orgel) | welke registers (klankknoppen) je kunt gebruiken; je mag ook zelf kiezen |

13. Piano: het rechterpedaal
Op de piano staat soms Ped. : druk het rechterpedaal in. Een lijn erachter = blijf het pedaal ingedrukt houden; * (los onder de rij, niet achter een cijfer) = laat het pedaal los. (Ped.) = het pedaal blijft nog ingedrukt van eerder. Sost. = het middelste pedaal (sostenuto), als je piano dat heeft.
14. Zo leer je een nieuw stuk
- Lees het voorblad van het stuk: daar staan de toonsoort en alleen de tekens die in dit stuk voorkomen.
- Speel eerst de rechterhand alleen , heel langzaam, maat voor maat.
- Dan de linkerhand alleen .
- Dan samen , nog steeds langzaam. Let op wat recht onder elkaar staat.
- Bij orgel met pedaal: oefen de voeten eerst los, dan voeten met linkerhand, dan alles samen.
- Pas als het goed loopt: tempo omhoog, eventueel met een metronoom.
15. Veelgestelde vragen
Waarom staan er nooit getallen boven de 12?
Omdat de strook tot 12 loopt en grote getallen lastig lezen. Hogere tonen worden met een pijl ↑ en een kader geschreven (zie hoofdstuk 9).
Waarom heet een zwarte toets altijd "toets eronder + *"?
Zodat elke toets maar één naam heeft. In notenschrift kan dezelfde zwarte toets twee namen hebben (zoals fis en ges); hier niet. Dat maakt lezen eenvoudiger.
Mijn orgel of keyboard is kleiner. Kan ik toch spelen?
Ja, zolang de toetsen uit het stuk op je instrument zitten. Kijk op het voorblad welk bereik het stuk gebruikt.
Klinkt het precies zoals het stuk bedoeld is?
Ja. Cijferakkoorden schrijft precies dezelfde tonen als het oorspronkelijke notenschrift, alleen op een andere manier opgeschreven. De handverdeling is zo gekozen dat het goed speelbaar is.
Ik kan al een beetje noten lezen. Heb ik hier iets aan?
Zeker: veel spelers gebruiken cijferakkoorden om sneller nieuw repertoire te leren. In de webshop vind je bij veel stukken ook een versie in notenschrift.
16. Woordenlijst: muziektermen
Muziektermen zijn meestal Italiaans. In je bladmuziek staat de Nederlandse betekenis er vaak al tussen haakjes achter; hier vind je ze allemaal bij elkaar.
Hoe hard (dynamiek)
De letters komen van piano (zacht) en forte (luid). Op een orgel maak je het harder of zachter door registers bij te zetten of af te halen, of met de zwelkast; op een piano door harder of zachter aan te slaan.
| Term | Betekenis |
|---|---|
| pppp | zo zacht mogelijk |
| ppp | extreem zacht |
| pp | heel zacht |
| p | zacht |
| mp | matig zacht |
| mf | matig luid |
| f | sterk, luid |
| ff | heel luid |
| fff | extreem luid |
| ffff | zo luid mogelijk |
| fp | hard inzetten, dan meteen zacht |
| sf | plots sterk accent |
| sfz | scherp plots accent |
| fz | sterk accent |
| sfp | sterk accent, dan meteen zacht |
| rf | versterkt accent |
| rfz | extra scherp versterkt accent |
| sffz | zeer sterk scherp accent |
| pf | zacht, dan ineens luid |
| n | niente, tot of vanuit niets |
cresc. , crescendo of een liggende hoek die openloopt (<): geleidelijk harder. dim. , decresc. , diminuendo of een hoek die dichtloopt (>): geleidelijk zachter.
Hoe snel (tempo), van langzaam naar snel
| Term | Betekenis |
|---|---|
| grave | zeer langzaam en plechtig |
| lento | langzaam |
| largo | langzaam en breed |
| larghetto | vrij langzaam |
| adagio | langzaam, rustig |
| adagietto | iets sneller dan Adagio |
| andante | matig langzaam |
| andantino | kleine afwijking van Andante, vaak iets sneller |
| moderato | gematigd tempo |
| allegretto | redelijk snel |
| allegro | snel en levendig |
| vivace | zeer levendig, snel |
| vivo | levendig, energiek |
| presto | zeer snel |
| prestissimo | zo snel mogelijk |
| maestoso | majestueus, breed |
Het tempo verandert
| Term | Betekenis |
|---|---|
| rit | geleidelijk langzamer |
| cal. | wegstervend, vaak langzamer en zachter |
| rall | geleidelijk langzamer, ontspannen |
| rit. | geleidelijk langzamer |
| accel | geleidelijk sneller |
| rall. | geleidelijk langzamer, ontspannen |
| accel. | geleidelijk sneller |
| ritard | Langzamer worden |
| riten. | ineens inhouden, langzamer |
| rubato | vrij met de tijd, expressief trekken en duwen |
| smorz. | uitdovend, tempo ontspant |
| a tempo | terug naar het vorige tempo |
| allarg. | langzamer en breder |
| calando | wegstervend, vaak langzamer en zachter |
| ritard. | geleidelijk langzamer |
| stretto | strakker, vaak sneller |
| string. | doorduwen, sneller |
| tempo 1 | terug naar het begintempo |
| tempo i | terug naar het begintempo |
| in tempo | blijf strak in tempo |
| rallent. | geleidelijk langzamer, ontspannen |
| ritenuto | ineens inhouden, langzamer |
| a piacere | vrij, naar eigen inzicht |
| più mosso | meer bewegend, sneller |
| poco rit. | een beetje langzamer |
| smorzando | uitdovend, tempo ontspant |
| ad libitum | vrij, zoals je wilt |
| allargando | langzamer en breder |
| meno mosso | minder bewegend, langzamer |
| molto rit. | veel langzamer |
| ritardando | geleidelijk langzamer |
| sempre rit | steeds langzamer worden |
| stringendo | doorduwen, sneller |
| accelerando | geleidelijk sneller |
| rallentando | geleidelijk langzamer, ontspannen |
| sempre rit. | steeds langzamer wordend |
| tempo primo | terug naar het begintempo |
| senza misura | zonder strakke maat |
| tempo giusto | in strak, juist tempo |
| tempo rubato | vrij met de tijd, expressief trekken en duwen |
| l'istesso tempo | houd hetzelfde tempo |
| lo stesso tempo | houd hetzelfde tempo |
| doppio movimento | dubbel tempo |
| doppio più mosso | twee keer zo snel, meer beweging |
| poco a poco rall. | beetje bij beetje langzamer |
| sempre ritardando | steeds langzamer wordend |
| poco a poco accel. | beetje bij beetje sneller |
| sempre poco a poco stringendo | steeds beetje bij beetje sneller wordend |
Kleine woordjes die vaak gecombineerd worden
Bijvoorbeeld poco rit. = een beetje langzamer, sempre legato = steeds gebonden.
| Term | Betekenis |
|---|---|
| molto | zeer, veel |
| assai | zeer, tamelijk |
| poco | een beetje |
| un poco | een beetje |
| poco a poco | beetje bij beetje |
| più | meer |
| meno | minder |
| non troppo | niet te veel |
| ma non troppo | maar niet te veel |
| ben | behoorlijk, echt |
| abbastanza | nogal, voldoende |
| quasi | bijna |
| sempre | blijf dit doen |
| subito | meteen |
| gradualmente | geleidelijk |
| ancora | opnieuw, nog |
| di nuovo | opnieuw |
| con | met |
| senza | zonder |
Hoe speel je het (karakter en voordracht)
| Term | Betekenis |
|---|---|
| a temp. | Weer normaal tempo |
| adagio non troppo | langzaam maar niet te veel |
| adagio sostenuto | langzaam, gedragen |
| agitato | onrustig, gejaagd |
| allegro con brio | snel, levendig, energiek |
| allegro ma non troppo | snel maar niet te veel |
| allegro moderato | gematigd snel en levendig |
| andante con moto | matig langzaam, met beweging |
| animato | geanimeerd, meer vaart |
| cantabile | zingend, zangerig |
| con anima | met bezieling, levendig |
| con brio | met schwung, met geestdrift |
| con forza | met kracht, krachtig |
| con fuoco | met vuur, hartstochtelijk |
| con moto | met beweging, iets doorlopend |
| dolce | zacht, lieflijk |
| energico | energiek, krachtig |
| espressivo | expressief |
| giocoso | speels |
| grazioso | gracieus |
| legato | gebonden, vloeiend |
| leggero | licht |
| leggiero | licht, behendig |
| marcato | geaccentueerd, benadrukt |
| pesante | zwaar, gewichtig |
| portato | iets losgemaakt, gedragen |
| prestissimo possibile | zo snel mogelijk |
| risoluto | vastberaden, beslist |
| scherzando | speels |
| senza moto | zonder beweging, heel rustig |
| sostenuto | gedragen, aangehouden |
| staccato | losgemaakt, kort |
| subito adagio | meteen langzaam |
| tenuto | aangehouden, volgehouden |
| tranquillo | rustig |
| vivace assai | zeer levendig |
Orgel
| Term | Betekenis |
|---|---|
| manuaal | een klavier van het orgel dat je met je handen speelt; grote orgels hebben er twee of meer |
| pedaal | het klavier onder het orgel dat je met je voeten speelt |
| manualiter | alleen met de handen te spelen, zonder pedaal |
| pedaliter | met handen én pedaal |
| a 2 Clav. (a due claviere) | op twee manualen: elke hand speelt op een eigen klavier, vaak met een andere klank |
| c.f. / cantus firmus | de bekende melodie (bijvoorbeeld de psalmmelodie); "c.f. in soprano / tenore / basso / pedale" zegt in welke stem of welk klavier die melodie zit, zodat je hem met een duidelijke klank kunt laten horen |
| con pedale doppio | met dubbel pedaal: je speelt met beide voeten tegelijk twee tonen |
| Organo Pleno / pleno | vol orgel: veel registers tegelijk, een krachtige klank |
| registratie | de keuze van de registers (klankknoppen); de aanwijzing in het stuk is een suggestie, je mag hem aanpassen aan je eigen orgel |
| 8' (acht voet) | register dat klinkt op de hoogte die je speelt; de normale basis |
| 4' | klinkt een octaaf hoger; maakt de klank helderder |
| 2' | klinkt twee octaven hoger; heel helder |
| 16' | klinkt een octaaf lager; vooral in het pedaal, geeft diepte |
| Prestant / Principaal | het typische, heldere orgelgeluid |
| Bourdon / Gedekt | zachte, ronde fluitklank |
| Mixtuur | register dat glans en kracht geeft; hoort bij het volle orgel |
| Cornet | krachtige, kleurrijke solostem, vaak voor de melodie |
| Tremulant | laat de klank golven (trillen) |
| Hoofdwerk, Positief, Rugwerk, Zwelwerk | namen van de verschillende manualen (klankgroepen) van een orgel |
| koppel | verbindt twee klavieren, zodat de registers van het ene ook op het andere klinken |
| koraal | de melodie (bijvoorbeeld een psalm of gezang) eenvoudig gezet, om mee te zingen |
| voorspel / praeludium | stuk dat voorafgaat aan het zingen |
| partita / variatie / vers (versus) | een reeks bewerkingen van dezelfde melodie |
| fuga | stuk waarin een melodie (het thema) steeds in een andere stem terugkomt |
| toccata | vlot, virtuoos stuk dat de mogelijkheden van het orgel laat horen |
| trio | drie zelfstandige stemmen: rechterhand, linkerhand en pedaal, vaak op verschillende klavieren |
| canon | dezelfde melodie komt in een andere stem een stukje later terug |
Piano
| Term | Betekenis |
|---|---|
| Ped. | druk het rechterpedaal in |
| Ped. ───┘ | de lijn onder de rij laat zien hoe lang je het rechterpedaal ingedrukt houdt; bij het haakje laat je los |
| Sost. | middelste pedaal (sostenuto) |
| una corda | linkerpedaal: zachtere, gedempte klank |
| tre corde | linkerpedaal weer loslaten |